2026: het jaar dat Nederland stopt met opwekken en begint met opslaan
Thuisbatterijen verdubbelden in de eerste helft van 2026, zonnepanelen daalden 39%. Waarom het einde van saldering per 2027 de markt kantelt van opwekken naar opslaan.
De cijfers over de eerste helft van dit jaar laten iets zien dat een paar jaar geleden nog ondenkbaar leek. In de eerste zes maanden van 2026 registreerde Nederland 30.856 nieuwe thuisbatterijen, ruim een verdubbeling ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In datzelfde halfjaar zakte het aantal nieuwe zonnepaneelinstallaties met 39 procent, van ruim 92.000 naar 56.279. Voor het eerst groeit de opslag harder dan de opwek. De Nederlandse energieconsument is niet gestopt met de energietransitie. Hij heeft alleen zijn prioriteit verlegd, van de zon vangen naar de zon bewaren.
Eén datum verklaart bijna alles
Wie wil begrijpen waarom, hoeft maar één datum te onthouden: 1 januari 2027. Dan stopt de salderingsregeling. Vijftien jaar lang mochten eigenaren van zonnepanelen de stroom die ze terugleverden één op één wegstrepen tegen wat ze afnamen. Je meter draaide letterlijk terug en het net werkte als een gratis, oneindig grote batterij. Dat is straks voorbij. Terugleveren mag nog steeds, en de Rijksoverheid garandeert tot 2030 een vergoeding van minimaal de helft van de kale stroomprijs. Maar dat is een fractie van wat je betaalt als je diezelfde kilowattuur 's avonds weer inkoopt.
In één klap draait de rekensom om. Een kilowattuur die je zelf gebruikt op het moment dat je panelen hem opwekken, is opeens veel meer waard dan een kilowattuur die je teruggeeft. Precies dat verklaart waarom de batterijverkoop explodeert terwijl de paneelverkoop terugloopt. Mensen kopen geen opslag omdat opwekken niet meer loont, maar omdat teruggeven niet meer loont. Het verschil is subtiel, maar het is de hele markt.
De salderingsstop staat niet alleen
Het einde van saldering is bovendien niet de enige duw in dezelfde richting. Energieleveranciers rekenen inmiddels terugleverkosten, een toeslag voor klanten met zonnepanelen, omdat het net op zonnige momenten overvol raakt. En dat net loopt echt tegen zijn grenzen aan. Ruim 800 postcodegebieden kampen met netcongestie, en steeds meer omvormers schakelen midden op de dag simpelweg uit omdat de netspanning te hoog oploopt. Ondertussen groeit het aantal uren waarop stroom op de groothandelsmarkt niets of zelfs minder dan niets waard is.
Alles wijst dezelfde kant op. Juist op het moment dat je panelen het hardst werken, is je stroom het minst waard. Een thuisbatterij verplaatst die energie naar het moment dat het wél telt: de avondpiek, of een uur waarop de prijs juist doorschiet. Wie een dynamisch contract heeft, verandert daarmee van passieve terugleveraar in iemand die goedkoop, soms zelfs gratis, laadt en duur gebruikt. Salderen was sparen. Opslag wordt handelen.
Geen Nederlandse uitzondering
Het is verleidelijk om dit als een typisch Nederlands afbouwverhaal te lezen, maar dat is het niet. In heel Europa gebeurt hetzelfde. In het tweede kwartaal van 2026 wekte het continent een recordhoeveelheid zonnestroom op, zo'n 20 procent meer dan ooit, en dat drukt de middagprijzen structureel richting nul. Duitsland schroeft zijn terugleververgoeding elk halfjaar verder terug en betaalt nieuwe installaties niets meer tijdens negatieve prijzen. Frankrijk liet de surplusvergoeding dit jaar instorten tot iets meer dan een cent per kilowattuur, tegenover zo'n negentien cent voor afname. En in Vlaanderen zijn de terugdraaiende teller en de batterijpremie allang verdwenen. Overal is de conclusie identiek. Het net beloont je niet langer voor stroom die je op het verkeerde moment levert. Nederland loopt niet voorop en niet achterop, het beweegt met de rest mee.
Betekent dit het einde van de zonnepanelen?
Nee. En dat is belangrijk om te zeggen, want de daling in de verkoopcijfers klinkt dramatischer dan hij is. Zonnepanelen blijven rendabel. Alleen verschuift de bron van dat rendement van terugleveren naar zelf gebruiken. Elke kilowattuur die je direct verbruikt, bespaart je de volle prijs inclusief belastingen, en dat verandert op 1 januari 2027 helemaal niets. De terugverdientijd wordt wat langer, maar panelen blijven voor de meeste huishoudens een verstandige investering. Ze zijn alleen niet meer het hele verhaal.
En een batterij is geen automatische winstmachine. Of opslag zich terugverdient hangt af van je verbruik, je contract en, niet in de laatste plaats, de aanschafprijs. Wie 's avonds nauwelijks thuis is of een klein dak heeft, moet scherper rekenen dan de marketing suggereert. De prijzen van thuisbatterijen bewegen bovendien alle kanten op: goedkopere cellen aan de ene kant, importheffingen en schaarste aan de andere. Nu kopen of nog even wachten is daarmee een echte vraag, geen retorische.
De vraag is niet óf, maar hoe slim
Dat is precies waar het om draait. De energietransitie thuis is voorbij het punt waarop je één product koopt en klaar bent. Panelen, een omvormer die met opslag overweg kan, een batterij en het juiste contract vormen samen een systeem, en de winst zit in hoe goed die onderdelen op elkaar en op jouw verbruik zijn afgestemd. 2026 is het jaar waarin dat besef doorbrak. De slimme koper vraagt zich in 2027 niet meer af of hij moet opslaan, maar tegen welke prijs, in welke combinatie, en op welk moment hij toeslaat.
Klaar om de kanteling voor te blijven? Bij Wattuu vergelijk je thuisbatterijen, omvormers en zonnepanelen van tientallen shops op de actuele prijs. En met een prijsalert koop je precies op het juiste moment.